De kracht van Verbindende Communicatie

Stel, je hebt een lange werkdag achter de rug, bent thuis eten aan het maken, maar eigenlijk snak je naar een momentje rust. Je partner komt ook net thuis en gaat in de zetel liggen. Je voelt bij jezelf een lichte frustratie, jij bent immers aan het koken, hij ligt in de zetel. Wat zou er nu kunnen gebeuren?

Als je je niet zo bewust bent van wat er binnenin jezelf omgaat, zou het kunnen dat je lastig wordt, naar hem toestapt en iets zegt als: ‘Nu is het toch wel genoeg, ik heb er een superdrukke dag opzitten, sta wéér alleen te koken, jij komt thuis en ploft in de zetel. Hoe ongevoelig kan je zijn?’ Waarop je partner mogelijk antwoordt: ‘Zeg alsjeblief, ik ben nog geen vijf minuten thuis en het zit er al tegen, ook goeie avond hè!’. En verder: ‘Je neemt nog niet eens serieus wat ik zeg, wat voor iemand ben jij eigenlijk? Je luistert niet eens als ik iets zeg!’ Ping-pong-ping-pong, zo zou dit gesprek nog even kunnen voortgaan, mogelijk komt er ruzie van, mogelijk radiostilte. Nochtans kan dit issue redelijk gemakkelijk ontmijnd worden. Verbindende Communicatie helpt daarbij.

Het gedachtegoed van Verbindende of Geweldloze Communicatie werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg († 02/2015). Meer dan louter een communicatiemodel, is het ook een levenshouding die uitnodigt om met meer mededogen naar jezelf en je medemens te kijken. Geïntrigeerd door waarom er zoveel conflict en geweld op de wereld is, deed Rosenberg onderzoek naar mogelijke oorzaken daarvan. Hoe komt het toch dat er zo snel ruzie en conflict ontstaat, tot oorlog aan toe, terwijl mensen doorgaans vrede, liefde en zorg voor mekaar als belangrijke waarden zien?

Rosenberg stelde vast dat conflict en geweld gepaard gaan met geweld in ons taalgebruik. Onder ‘geweld’ in taal verstaat hij alle taalgebruik dat ons van elkaar verwijdert: o.a. kritiek, oordelen (‘juist-fout, goed-slecht’), analyses, vergelijkingen, eisen (‘moeten’), anderen verantwoordelijk stellen voor ons gevoel. Hij ontdekte dat wij vaak spreken vanuit onze gedachten, ons hoofd, nogal op analyse gericht, en dat we op basis van onze eigen waarden gaan oordelen over wat de ander doet.

Van zodra mensen zich gedragen op een manier die we niet leuk vinden, gaan velen van ons denken in termen van wat mis met hen is. We analyseren, catalogeren, beladen hen met advies, geven voluit onze eigen mening, of slikken die in maar denken er binnenshoofds het onze over. Helaas creëert dit geen verbinding met de andere partij, integendeel.

Wat kan je doen om meer verbinding te creëren?

Om meer verbinding te creëren, ontwikkelde Rosenberg een model dat bestaat uit vier stappen. We kunnen het model gebruiken in het spreken, luisteren en verbinden met onszelf:

  1. Wat nemen we waar? (waarneming)
  2. Hoe voelen we ons daarbij? (gevoel)
  3. Omdat we wat belangrijk vinden, of waaraan behoefte hebben? (behoefte)
  4. Wat willen we graag zien gebeuren om die behoefte te helpen vervullen? (verzoek)

Grote kans dat we tot een waardevolle verbinding komen en dat we voldoening in het contact ervaren met deze vier stappen.

Als we ons richten op die vier stappen, is de kans veel groter dat we tot een waardevolle verbinding komen en dat we voldoening in het contact ervaren.

Laten we even teruggaan naar ons voorbeeld. Probleem bij dit soort ‘ping-pong-gesprekken’ is dat geen van beide partners luistert naar wat de ander zegt. A spreekt, B spreekt, A spreekt opnieuw, B spreekt opnieuw. Niemand neemt echt een luisterend oor aan, wat betekent herformuleren en je inleven in wat de ander zegt. De partner hoort een aanval, een verwijt, en gaat onmiddellijk in de verdediging of tegenaanval.

Zou hij ‘empathisch’ leren luisteren, dan weet hij dat onder de verwijtende boodschap altijd een gevoel en een onvervulde behoefte schuilgaan. Of om het met Marshall Rosenbergs woorden te zeggen:

Elk oordeel is een tragische uitdrukking van een onvervulde behoefte
(Marshall Rosenberg)

Als je dat weet, wordt het makkelijker om een verwijt niet als een verwijt te horen, maar om je te gaan inleven in de ander. Hoe persoonlijker het verwijt mag lijken, hoe groter de onvervulde behoefte van de ander is. In feite heeft het zelfs niet zoveel met jou (of in het voorbeeld: de partner) persoonlijk te maken. Jij bent de aanleiding, de trigger, maar de oorzaak van het vervelende gevoel van de ander, is zijn eigen onvervulde behoefte. Een empathische reactie zou dus kunnen zijn: ‘Schat, ben je moe/kwaad (gevoel) en zou je graag wat hulp (behoefte) hebben?’ Waarschijnlijk neemt het gesprek dan al een andere wending, en kan er effectief gezocht worden naar manieren om de behoefte aan hulp in te vullen (bv. hulp bij het koken, taakverdeling: ik kook en jij wast af, partner kookt,…)

Als je zelf bewust bent van wat er speelt in je binnenwereld, van waarom je zo getriggerd bent, kan je ook kiezen om je op een andere meer verbindende manier te uiten. Dat zou kunnen klinken als ‘Lieverd, ik zie dat je in de zetel ligt en dat ik alleen aan het eten bezig ben (waarneming). Ik ben moe (gevoel) vandaag en zou wel wat hulp (behoefte) kunnen gebruiken. Zie je’t zitten om de aardappelen te komen schillen?’ of  ‘Zou jij verder het eten willen maken zodat ik me wat kan rusten?’ (verzoek en behoefte).

Logisch en eenvoudig, toch?

Helaas blijkt in de dagdagelijkse realiteit dat als we getriggerd zijn, we niet zo makkelijk verbindend reageren. Het vergt enige bewustwording en oefening om in te checken met hoe we ons voelen en wat we nodig hebben. Verbindende Communicatie leert ons differentiëren tussen wat we denken over een ander, en wat we werkelijk waarnemen. Het leert ons ook differentiëren tussen wat we denken en wat we voelen. Om dan de stap te maken naar wat we nodig hebben in dat moment, en daar om te leren vragen. In plaats van te focussen op wie gelijk heeft, verleggen we de aandacht naar wat we nodig hebben, en proberen we van daaruit elkaar te ontmoeten, en constructief naar oplossingen te zoeken waar beide partijen zich in kunnen vinden.

In cursussen ontdekken we eerst en vooral hoeveel we oordelen, bewust of onbewust, en dat kan in het begin best confronterend zijn voor mensen. Die oordelen leren we dan te vertalen naar gevoelens en behoeftes. Hulpmiddeltjes daarbij zijn de jakhals en de giraf, die symbool staan voor oordelende of verbindende taal. Deze handpoppen brengen wat luchtigheid in soms taaie situaties, en werken voor veel mensen erg verhelderend.

Drie processen binnen Verbindende Communicatie

Binnen Verbindende Communicatie zijn er drie processen:

  1. Zelfempathie
  2. Verbindend uiten
  3. Empathisch luisteren

Alles begint met zicht krijgen op wat er speelt in jouw eigen binnenwereld. Dat is het proces van zelfempathie: met mededogen of empathie leren luisteren naar onze eigen gevoelens en behoeftes.

Van daaruit kan je kiezen om je verbindend te uiten, of om empathisch te luisteren naar de ander. Verbindend uiten wil zeggen dat je de ander vertelt wat je in je eigen binnenwereld ontdekt hebt, je uit je gevoel bij wat er gebeurd is, je behoefte, en koppelt daar een verzoek aan (‘Als ik zie/hoor/merk dat… voel ik me… omdat ik nood heb aan… Kan je/Wil je…?). Je zegt niet wat je van de ander denkt of vindt, maar zegt iets over jezelf, wat het voor de ander makkelijker maakt jou te kunnen horen.

Als je kiest om empathisch te luisteren naar de ander, parkeer je even je eigen stukje en kies je om jouw aandacht aan de ander te geven. Je luistert, ook door woorden heen, naar gevoelens en behoeftes in het hier en nu (voel je je… omdat je nood hebt aan…? Zou je willen dat…?).

Toe te passen in verschillende contexten

Deze methodiek vergt oefening, zeker in het begin, maar het loont de moeite. Zowel in mijn eigen leven als in de levens van cursisten hoor ik dat veranderingen in relaties zeer snel kunnen gaan, door kleine aanpassingen in de manier van luisteren of spreken.

In organisaties draagt Verbindende Communicatie bij tot een opener sfeer met directere communicatie en meer mededogen voor mekaar. Zowel werknemers onderling als cliënten ervaren daardoor meer steun, innerlijke rust, veiligheid en plezier in het samenwerken.

Het mooie en dankbare van het model van Verbindend Communiceren is dat het overal kan ingezet worden: thuis, met je partner, met je kinderen, op school, op het werk met cliënten, op het werk tussen collega’s,… Waar het om draait is met welke intentie je je medemens wil benaderen. Kan ik de andere persoon als mens zien met een hart, en hem benaderen met een intentie tot verbinding van mens tot mens, van hart tot hart?

Zelf ben ik ervan overtuigd dat Verbindende Communicatie zaadjes plant in iedereen die ermee in aanraking komt. Zaadjes voor een meer vredige manier van omgaan met onszelf, anderen en de wereld. En laat dat nu zijn wat we in deze tijden zo hard nodig hebben.

Lore Verdin is trainer en coach in Verbindende Communicatie (www.birdscanfly.be). Zij verzorgde voor Balans een basisvorming rond Verbindend Communiceren.

Bibliografie

  • d’Ansembourg, T. Stop met aardig zijn. Wees echt, wees jezelf, wees eerlijk! Antwerpen. Ten Have, 2005
  • Leu, L. Werkboek geweldloze communicatie. Amersfoort. Wilco. 2006
  • Rosenberg, M. Non violent communication. A language of life. Encinitas, CA. Puddle Dancer Press, 2003