Counseling

Dit artikel is een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Paul Heyndrickx “Contextuele Counseling in de praktijk” dat in 2016 zal verschijnen.

“Counselors zijn mensen met een bepaald beroep, bijvoorbeeld psycholoog, pedagoog,leerkracht, verpleegkundige, theoloog, maatschappelijk werkende, arts… die in hun specifieke deskundigheid met mensen werken en die bijkomend opgeleid zijn in diverse therapeutische attitudes en vaardigheden, waardoor ze hun beroep veel beter kunnen uitoefenen”. Leyssen, M., Tijdschrift Klinische Psychologie, 31e jaargang, nr. 4, december 2001.

In haar artikel geeft Mia Leyssen een schets van het ontstaan van counseling. Het begrip “counselor” werd volgens Leyssen gelanceerd door Carl Rogers als een alternatief voor de “therapeut”. De counselor zou eerder bescheiden naast de cliënt staan, terwijl volgens Rogers de therapeut als een wetende boven zijn patiënt staat. Om het met een boutade te formuleren: in de visie van Rogers is de counselor een psychotherapeut die wat minder uit de hoogte doet. Volgens Leyssen is een counselor meer dan dat. De counselor heeft een totaal ander mandaat dan de therapeut. Een counselor biedt psychosociale begeleiding of hulpverlening. Hij heeft een mandaat op de terreinen van gedrag, vaardigheden en overtuigingen van mensen. Hij is in de eerste plaats maatschappelijk werker, opvoeder of pastor en beheerst dit vak. Binnen dit vak biedt hij ook counseling aan. Een maatschappelijk werker-counselor bij een OCMW biedt bijvoorbeeld budget- en administratieve begeleiding, maar zal binnen dit mandaat ook oog hebben voor het psychische en relationele welzijn.
Een gezinsbegeleider-counselor biedt onder meer pedagogische ondersteuning, maar zal binnen dit mandaat bijzondere aandacht hebben voor het psychisch en relationele welzijn van de ouders. Hij hoedt er zich voor niet te gaan optreden als relatietherapeut.
Counseling situeert zich binnen de basisopdracht van de counselor en is dus begrensd door het mandaat en de toegemeten tijd van de opdracht.

De visie die ik in dit boek hanteer leunt aan bij die van Leyssen. Ik gebruik zelf, in wat volgt, deze omschrijving:
Een counselor is een professioneel psychosociaal hulpverlener met een hulpverlenende, begeleidende of opvoedende opdracht. De counselor heeft binnen zijn mandaat bijzondere aandacht voor het psychische en relationele welzijn van zijn cliënten. De counselor zal daartoe binnen zijn opdracht therapeutische inzichten, vaardigheden en attitudes passend aanwenden. Hij is daartoe opgeleid.

Juridisch

Het begrip counselor dook in 2000 op in de wetsvoorstellen van Magda Aelvoet als minister van volksgezondheid (Cools, B.2006). Zij probeerde het statuut van de psychotherapeut te regelen. Deze voorstellen hielden onder meer in welke basisdiploma’s toegang gaven tot het statuut van psychotherapeut. Dat waren er slechts enkele en er kwam heel wat protest uit het werkveld. Immers, de professionals die zich vandaag als psychotherapeut profileren hebben heel uiteenlopende basisdiploma’s. Naast het statuut van psychotherapeut zou er ook een counselor-statuut in het leven worden geroepen. Het gaf de indruk dat dit een troostprijs was voor ieder die niet als psychotherapeut kon worden erkend. Op die manier geraakte de term “counselor” besmet met de connotatie “niet goed genoeg”: niet het juiste basisdiploma, niet de juiste werkervaring. De psychotherapeut is de norm en de counselor haalt hem niet.
Het statuut van psychotherapie is er vijftien jaar en zoveel ministers later eindelijk wel. In deze wet wordt geen melding gemaakt van de counselor.

De Belgische Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie en Systeemcounseling (BVRGS) riep in 2014 een counselors-lidmaatschap in het leven. Professionele counselors die werken op basis van een systeemtherapeutische veranderingstheorie, kunnen lid worden als counselor. Een counselor komt in aanmerking als hij een opleiding heeft gevolgd die voldoet aan vooropgestelde criteria en als hij voldoende ervaring heeft op het werkveld. Op die manier gaat de counselor naast de psychotherapeut staan en niet er onder. Ook de andere grote therapeutische stromingen hebben aandacht voor het werk als counselor. Zo heb je bijvoorbeeld ook gestalt-counseling of gedragscounseling,cfr. http://www.thomasmore.be/postgraduaat-gedragscounseling.
Ik gebruik de term “counseling” voor de psychosociaal werker die door bijkomende opleiding extra expertise heeft verworven, welke hem in staat stelt een brede persoonsgerichte begeleiding aan te bieden aan mensen die naast vragen op sociaal of pedagogisch vlak ook nood hebben aan ondersteuning op persoonlijk terrein.
Counseling heeft op dit ogenblik in België en Nederland geen wettelijke basis. De kwaliteit van het beroep wordt soms – maar niet altijd – bewaakt door beroepsverenigingen.

Mandaat

Counseling is een noemer waaronder je verschillende beroepen en de daaraan verbonden activiteit kan samen brengen.

“De counselingspraktijk is in het werkveld erg gedifferentieerd. Een counselor kan een hulpverlenend of een begeleidend mandaat hebben. Voorbeelden van counselingsmandaten zijn: een gezinsbegeleider, een familiaal bemiddelaar, een consulent bij een ziekenfonds, een begeleider zelfstandig wonen, een leerlingenbegeleider, …” (Rapport BVRGS, Werkgroep Counseling, 14/2/2012).

Het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Oost-Vlaanderen vermeldt in zijn jaarverslag 2013 (2014, p. 29 tot 32) volgende problematieken als het meest voorkomend:

  • psychische en persoonlijke problemen,
  • dak en thuisloosheid,
  • financiële problemen,
  • relatieproblemen en gezinsrelatieproblemen.

In het jaarverslag 2014 wordt de categorie “psychische en persoonlijke problemen” vervangen door de uitdrukking “geestelijk welzijn – geestelijke gezondhei” met als verduidelijking dat “psychische problemen” kan verward worden met “psychiatrische problemen”. Verder zegt dit verslag: “Het gaat onder andere over verwerkingsproblemen, stress en draagkracht, middelengebruik, zelfbeleving en identiteit, gedragsproblemen, contact met anderen, stemmingsproblemen, … “(2015, p.10 – 11).

Als vormen van hulpverlening vermelden deze verslagen (2014, p. 28; 2015, p. 10):

  • begeleiding basisrechten,
  • individuele en crisisbegeleiding,
  • begeleiding psychische en persoonlijke problemen,
  • relatie- en gezinsbegeleiding,
  • financiële begeleidingen,
  • woonbegeleidingen,
  • residentiële begeleidingen,
  • begeleiding slachtofferschap en intrafamiliaal geweld,
  • Jjstitiële begeleiding,
  • bezoekruimte en kinderbezoek.

Nergens wordt verwezen naar therapie. Nochtans zijn de problemen die onder “geestelijk welzijn” worden verzameld dezelfde als deze welke in centra geestelijke gezondheidszorg of bij een zelfstandig gevestigd therapeut worden aangemeld. De woorden die worden gebruikt zijn “hulpverlening” en “begeleiding”. De psychosociaal hulpverlener/counselor komt dus vaak op hetzelfde terrein als de psychotherapeut maar hij heeft daar een ander mandaat. Toch dient de counselor net als de psychotherapeut zijn vak te beheersen. De opleiding tot counselor kan parallel lopen aan deze van psychotherapeut: theoretische kennis, training van vaardigheden en vooral persoonlijke groei. Een psychotherapeut is opgeleid tot een bepaald diploma of vak, meestal een master in de klinische psychologie, maar hij of zij heeft daarna een specialisme gekozen of misschien wel een ander vak, namelijk dat van psychotherapeut. De counselor blijft de activiteiten van zijn gekozen vak of mandaat – maatschappelijk werker, opvoeder, moreel consulent, … – uitoefenen maar zal daar een meerwaarde aan kunnen geven door de vorming en training als counselor. Een counselor is gevormd, opgeleid en getraind in therapeutische inzichten en vaardigheden. Hij heeft kennis van hoe mensen in elkaar zitten en heeft geleerd ook daarmee te werken. Deze meerwaarde bestaat erin dat hij precies door deze training de intrapsychische en relationele effecten van zijn handelen beter kan inschatten. In die zin voert ook hij zijn vak uit op een geëigende manier.

Een maatschappelijk assistente werkt als arbeidstrajectbegeleidster voor een OCMW. Zij heeft als opdracht cliënten die nog moeilijk een plek vinden op de arbeidsmarkt te helpen toch deze stap te zetten. Precies door haar bijkomende opleiding als counselor zal ze naast de pedagogische, didactische en administratieve kant van de zaak oog hebben voor de betekenis van deze stap voor haar cliënten. Zij zal intrapsychische remmingen en relationele effecten beter kunnen inschatten. Zij zal begrijpen waarom het eerder niet lukte deze man “te activeren”. Zij zal anders werken met deze man. Het doel “activeren” blijft mogelijk aanwezig maar haar bijkomende competenties helpen haar niet voorbij te gaan aan de schade die een leven in armoede heeft aangericht bij deze man. Zij kan beter inschatten of en hoe dat “activeren” haalbaar is. Zij zal ook onomwonden kunnen vertellen dat deze man eerst en vooral zorg en begrip nodig heeft in plaats van toegeleid te worden tot een zekere faal-ervaring.

Psychosociale begeleiding

Je kan counseling zien als een opwaardering van psychosociale begeleiding door de inzet van therapeutische inzichten en competenties.

Wat?

Psychosociale begeleiding is er in hoofdzaak op gericht de cliënt beter te laten functioneren in het dagelijkse leven. Deze begeleidingsvorm vertrekt altijd van een brede ‘generalistische’ kijk op de feitelijke leefsituatie van de cliënt en de samenhang tussen materiële, juridische, relationele, persoonlijke en psychische problemen.
De vragen waarmee mensen zich richten tot psychosociale begeleiding kunnen heel divers zijn. Dit kan gaan van een vraag op materieel niveau zoals onderdak of financiële steun tot een vraag om hulp bij relationele of opvoedingsproblemen.
De begeleiding – ambulant of residentieel – is maatwerk in verschillende vormen: ontwikkeling van basisvaardigheden, woonbegeleiding, relatiebegeleiding, psychische begeleiding bij identiteitsproblemen en levensvragen, of integrale begeleiding. Psychosociale begeleiding streeft echter geen veranderingen na in de persoonlijkheid van de hulpvrager.

Counseling en maatschappelijk werk

Maatschappelijk werk wordt vaak ook in één adem genoemd met psychosociale hulpverlening. Maar niet elke hulpverlener die psychosociale hulpverlening biedt is maatschappelijk werker. En niet elke maatschappelijk werker gaat in op de “psyche” in de term “psychosociale hulpverlening.” Een maatschappelijk werker die opgeleid is tot counselor zal waarschijnlijk wel anders werken.
De maatschappelijk werker zit meestal op de eerste lijn. Hij is een van de eersten waar mensen met een hulpvraag aankloppen. De maatschappelijk werker zal – afhankelijk van de voorziening waar hij voor werkt – proberen het gepaste antwoord te geven. De ene keer wordt het hulp bij administratie, de andere keer wordt het financiële hulp. Het kan een gerichte doorverwijzing zijn, het geven van informatie, enzovoort. Het hangt af van het mandaat en in zeer grote mate van de persoon van de maatschappelijk werker of hij ook zal ingaan op de levensvragen die zijn cliënt heeft. De ene werker houdt zich strikt aan zijn opdracht en toont geen oor te hebben voor het verhaal van de mens die voor hem zit. De ander zal een praatje maken.
Een maatschappelijk werker op een OCMW vertelde me ooit dat hij 120 dossiers te beheren had. Hoeveel tijd houdt zo iemand over voor het verhaal? De bezoeken aan de sociale diensten van verschillende OCMW’s die ik samen met mijn BZW cliënten aflegde, leerden me dat mensen met eenzelfde mandaat heel verschillend kunnen omgaan met een vraag naar financiële steun. De ene puntte nauwgezet zijn checklist af, een tweede ging de belerende toer op en een enkeling nam of had de tijd voor een gesprek. Slechts deze enkeling zou ik een “counselor” noemen.

De maatschappelijk werker zit vaak op een zeer goede plek om aan counseling te doen. Zijn cliënten komen vaak met een eerder praktisch probleem bij hem. Terwijl daar aan gewerkt wordt kan de maatschappelijk werker ruimte vrij maken om ook toe te komen aan het achterliggende verhaal.
De maatschappelijk werker heeft meestal meer in zijn opdracht dan counseling. Dat kan gaan van het bieden van informatie, het opmaken en bijhouden van een administratief dossier, het beheren van een budget, praktische hulp, sociaal onderzoek en belangenbehartiging. Psychosociale begeleiding maakt niet noodzakelijk deel uit van zijn opdracht. Meer dan eens zegt de maatschappelijk werker die start met de opleiding “contextuele counseling” dat hij niet de opdracht heeft mensen psychisch bij te staan. Anderen zeggen dat dit wel tot hun takenpakket behoort, maar zij mogen niet therapeutisch werken. Zo krijgen maatschappelijk werkers soms de opdracht ouders bij te staan bij opvoedingsondersteuning. Maar wanneer die ouder begint te vertellen welke levenservaringen het hem zo moeilijk maken geduld op te brengen voor zijn kinderen begint er een rood licht te branden. Dit zou wel eens therapeutisch werk kunnen zijn. Mag de maatschappelijk werker dan luisteren naar zijn cliënt? Met het risico dat dit een therapeutisch effect heeft!

Counseling en psychotherapie.

Counseling heeft raakvlakken met psychotherapie.

In mijn zelfstandige praktijk als psychotherapeut tussen 1999 en 2013 kreeg ik heel wat vragen waar je net zo goed bij een counselor mee terecht kan. Het waren trouwens dezelfde vragen als deze welke ik kreeg toen ik werkte voor de dienst “Centrum Man, Vrouw, Gezin” van Welzijnscentrum Waasland in Sint-Niklaas (1997-1998). Deze dienst was een Centrum voor Levens- en Gezinsvragen en mijn functie werd – lang voor er over counseling gesproken werd – omschreven als “consulent”, wat precies de Nederlandse vertaling is van het woord “counselor”. Het ging dan om het ontwarren van eigen dilemma’s, uitklaren van keuzes aangaande erfeniskwesties, ouderschap, relaties, loopbaan, enzovoort. Ik had bij deze thema’s net zoveel aan het pakket filosofische, godsdienstwetenschappelijke en andere menswetenschappelijke vakken die ik aan de universiteit kreeg als aan mijn opleiding als contextueel therapeut. Het meest had ik nog aan mijn eigen levenservaring en mijn vermogen een gesprek aan te knopen met mensen met levensvragen. Het ging over “het leven”. Elk van deze mensen had een vraag of thema te verwerken. Elk van hen maakte zich zorgen. Maar ik kan dit niet voor elk van hen benoemen als “psychisch lijden”. Het was ook niet telkens nodig om op zoek te gaan naar pathologie of onverwerkte bestaansknopen in het gezin van herkomst. Toch had ik ook cliënten met een geschiedenis in de psychiatrie en families met ernstige relationele problemen. Een bepaalde cliënt kwam met de meest vreemde verhalen. Hij verzamelde stenen waarin hij de vorm van voormenselijke schedels herkende. Daarnaast maakte de man prachtige schilderijen. Uiteraard zou deze man baat hebben gehad bij hulp op een psychiatrische afdeling. Daar wou hij echter niet heen. Hij functioneerde in zijn eigen wereld, op zijn eigen manier. Hij kon leven van zijn kunstwerken en allerlei klusjes. De dienst bood hem een plek waar hij met zijn verhaal terecht kon. Deze dienst maakt vandaag deel uit van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Oost-Vlaanderen en wordt omschreven als een dienst gezins- en relationeel welzijnswerk (GRW).

In mijn zelfstandige praktijk als contextueel therapeut kreeg ik naast klachten aangaande psychisch en relationeel lijden ook deze levensvragen. Dit heeft mij er later toe aangezet mijn praktijk te omschrijven als “Contextuele therapie en counseling”.

Counseling en psychotherapie raken elkaar maar desondanks is counseling geen psychotherapie. Counseling richt zich niet op de behandeling van psychopathologie. Een counselor streeft geen veranderingen na in het “zelf” van zijn cliënt. Zij maakt wel gebruik van inzichten, methodieken en basisattitude van de psychotherapie. Counseling als psychosociale hulpverlening heeft mogelijk wel therapeutische effecten. De counselor zal er zich trouwens voor hoeden de levensvragen van mensen te gaan herdefiniëren als pathologie. Rouw is rouw en dient niet onnodig gepathologiseerd te worden.

Counselors worden uiteraard ook geconfronteerd met wat omschreven wordt als pathologie zoals kinderen met een autismespectrum- of adhd-diagnose, volwassenen met depressieve klachten en een diagnose, verslaving, automutilatie, … Het is aan de counselor uit te zoeken wanneer een gerichte verwijzing meer passend is. Het specialisme van de counselor is het breedbeeld op het leven. Er zijn heel wat mensen die in de psychotherapie in zijn beperkte omschrijving trouwens niet aan hun trekken komen. De formule “wekelijks gesprek in de spreekkamer van de therapeut” slaat bijvoorbeeld niet aan bij veel meervoudig gekwetste mensen. Weinig opgeleide psychotherapeuten spelen het klaar binnen deze klassieke formule met deze beschadigde mensen te werken. Mensen die overspoeld worden door het leven zijn niet geholpen met een afspraak de volgende week in de agenda van de therapeut. Of over zes maanden. Zij hebben iemand nodig die in hun wereld naast hen staat. Iemand met moed en durf en de nodige bescheidenheid om de dialoog aan te gaan, ook al is dat moeilijk en in moeilijke omstandigheden. Ik zag in mijn activiteiten als supervisor meer dan eens hoe een niet specifiek opgeleide basishulpverlener wel bij de bestaansknopen van een gekwetste mens kwam, daar waar de opgeleide therapeut deze cliënt al lang opgegeven had. Wanneer de opvoeder, maatschappelijk werker of andere hulpverlener naast de praktische en administratieve hulpverlening ook de kunst verstaat en de moed heeft om ook te spreken over de schade in een mensenleven dan werkt hij therapeutisch. “Begeleiders brengen vaak de therapie naar de cliënt in plaats van als therapeut te wachten tot de cliënt naar je toe komt. Counselors zijn in die zin misschien een beetje wat de straathoekwerker voor de hulpverlener is” (Vosters, P., 2014).

Paul Heyndrickx

  • Mede auteur en coördinator van de publicaties “Meervoudig Gekwetsten. Contextuele hulpverlening aan maatschappelijk kwetsbare mensen” (2005) en “De Meervoudig gekwetste mens. Gedeelde en verdeelde zorg” (2011), LannooCampus
  • Coördinator en opleider Contextuele hulpverlening, begeleiding en counseling. Balans/VSPW Gent
  • Opleider Communicatie en Psychologie in de opleiding Ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting. VSPW Gent

Bronnen

    • Cools, B. (2006) in Tijdschrift Klinische Psychologie 36e jaargang nr. 3 september, 165-179
    • Leyssen,M (2001) in Tijdschrift Klinische Psychologie 31e jaargang nr. 4
    • BVRGS (2012) Rapport Werkgroep Counseling
    • Centrum Algemeen Welzijnswerk Oost-Vlaanderen (2014) Jaarverslag 2013
    • Centrum Algemeen Welzijnswerk Oost-Vlaanderen (2015) Jaarverslag 2014
    • Vosters, P. (2014). e-mail aan de auteur 24/02/2014
    • http://www.thomasmore.be/postgraduaat-gedragscounseling. Laatste raadpleging 13/10/2015