Externaliserende gesprekken

Hét probleem is het probleem, niet de persoon. 

Wat?

Het is een specifieke manier om over een probleem te spreken waarbij het probleem ge-externaliseerd wordt. 

Deze methodiek is ontwikkeld door Michael White, grondlegger van de narratieve therapie. 
White beschrijft dat mensen hun problemen vaak gaan internaliseren. Ze geloven dat hun problemen een weerspiegeling zijn van hun identiteit. Mensen gaan er dan van uit dat hun probleem intern is: dat zij of anderen het probleem ‘zijn.’  Dit uit zich bijvoorbeeld in uitspraken als “Ik ben depressief, ik ben nu eenmaal een onzeker iemand.”  

Wanneer we op en externaliserende manier over het probleem spreken, wordt het probleem als het ware ‘tot object’ gemaakt en ‘buiten’ de persoon gebracht. Er ontstaat afstand tussen de persoon en het probleem. Die afstand maakt het mogelijk om ‘anders’ naar het probleem te kijken en zich anders met het probleem te ‘verhouden’. Er komt meer besef dat de persoon niet samenvalt met het probleem. Hij wordt zich bewust dat hij niet het probleem ‘is’, maar dat hij een  probleem ‘heeft’.   
Dit uit zich dan in uitspraken als: “Ik heb een depressie. Ik heb regelmatig te maken met onzekerheid.”  

Waarom? 

Het externaliserend spreken over problemen 

  • Behoedt mensen ervoor dat ze zich voelen samenvallen met het probleem, alsof zij het probleem ‘zijn’.  
  • Helpt mensen een zekere afstand te ervaren tussen het probleem en henzelf. 
  • Hierdoor kunnen ze het probleem makkelijker kunnen onderzoeken en verkennen wat de effecten zijn van het probleem 
  • Helpt mensen om zich meer en ten volle te identificeren met belangrijke doelen, waarden… 
  • Helpt mensen stappen te zetten – in harmonie met die doelen, waarden… 
  • Verhoogt het gevoel van autonomie, invloed, hoop en deskundigheid.

Het externaliseren en karakteriseren van het probleem gebeurt op een wijze dat de persoon de expert is over het probleem. Het is hierbij van belang dat er erkenning komt voor de effecten van het probleem en dat het probleem verbonden wordt over tijd, relaties en context. De persoon wordt geholpen om zich te positioneren buiten het probleem en van daaruit een standpunt in te nemen te t.o.v. het probleem. Dit doet hij op basis van wat hij van waarde vindt in zijn leven. 

Hoe? Vier stappen

Michael White heeft een methodiek ontwikkeld om te kunnen denken en spreken op een externaliserende manier. Hij reikt ons een oriënterende (land)kaart aan en noemt deze ‘statement of position map’. De naam verwijst naar het positie innemen t.a.v. het probleem vanuit het eigen waardenkader.   

1. Karakteriseren en benoemen van het probleem.

Hierbij wordt een externaliserende omschrijving gebruikt die dicht bij de ervaring van de coachee ligt. 

Mogelijke vragen:

  • Hoe zou je het probleem noemen? 
  • Hoe groot is het? Welke kleur? Welke vorm? Welk geslacht? 
  • Waar doet het jou aan denken?  Welk beeld krijg je voor ogen? Kan je hiervan misschien een tekening maken? 
  • Als je probleem een persoon was, hoe zou je hem/haar dan noemen? 

2. In kaart brengen van de acties en de effecten van het probleem

Hierbij gaat het om de grondvesten van het probleem, de geschiedenis, de effecten op anderen, op henzelf, hun relaties, hun identiteit en hun verbindingen met andere levensgebieden, het leven van andere mensen. 
Het doel is: verdere ‘externalisatie’, erkenning en in kaart brengen van de geschiedenis en verschillende effecten van het probleem. 

Mogelijke vragen:

  • Hoe kreeg het probleem voor het eerst grip op je leven? 
  • Hoe infecteert het je werkrelaties? Het samen werken op je werk?
  • Hoeveel grip heeft het op jouw leven in verhouding met de grip die jij op je leven hebt? 
  • Hoe heeft het je geluk, hoop, slaap, ontspanning… aangetast? 
  • Welke effecten heeft het op je relaties en het leven van andere mensen? 
  • Heeft het probleem je tot bepaalde zaken proberen te overtuigen omtrent jezelf of omtrent anderen? 
  • Hoe heeft het probleem je gedrag, je denken, je voelen … beïnvloed?
  • … 

3. Positie innemen t.a.v. de effecten van het probleem.

Het doel is: een verder onderscheiden van de persoon en het probleem en de persoon die een positie inneemt t.o.v. het probleem. 

Mogelijke vragen: 

  • Wil je dit zo verder? 
  • Hoe wil je je verhouden tot dit alles?
  • Is dit wat je wil?  
  • Zijn de effecten positief? Of negatief? Of misschien wel beide? 
  • Ondersteunen de problemen je leven? 

4. Waarden verkennen  

Hierbij gaat het om de basis van de persoon, van waaruit hij positie inneemt.(zijn eigen intenties en waarden). Ze voorzien een grond voor actie die gebaseerd is op iemands persoonlijke beoordeling en keuze, die past in hun bredere ‘hoop’ en plannen. Welke verbindingen worden zichtbaar?

Mogelijke vragen:

  • Wat toont deze positie omtrent de dingen die belangrijk zijn voor jou? 
  • Wat maakt dat jij deze positie inneemt? 
  • Welke waarden, dromen, verlangens van jou worden hierin weerspiegeld? 
  • Welke ‘hoop’ of ‘droom’ of ‘waarde’ saboteert het probleem? 
  • … 

Belangrijk!
We gebruiken zo veel mogelijk de woorden van de coachee. Na elke stap geef je een samenvatting en herhaal je wat de coachee gezegd heeft. Met deze samenvatting bied je de ander als het ware een soort van platform aan waar hij even kan op stilstaan en zich kan richten naar de volgende stap. 

Een voorbeeld 

In het narratieve ideeëngoed wordt aangeraden om als begeleider een verslag te maken van de externaliserende gesprekken. Hier zijn enkele fragmenten uit een gesprek. Het is geen volledige weergave, maar het biedt een idee van hoe zo’n externaliserend gesprek kan vorm krijgen. 
De vier stappen zijn er in aangeduid. 

Stap 1: karakteriseren van het probleem. 

Je zei: “Ik ben zo gekwetst door het gebeuren met die familie. Ik had geen verweer tegen hun verwijten. Het is helemaal binnengeslagen. Ik voel me gekwetst tot in het diepst van mijn ziel.”
We stonden stil bij het gevoel van gekwetst zijn. Jij benoemde het als gekwetst, ontgoocheld, teleurgesteld.” Het is heel donker, pikzwart. Het ligt voortdurend op de loer om jou te bespringen en te overweldigen. Het verandert voortdurend van gedaante. Jij noemde het het ‘pikzwarte gevaar’. 

Stap 2: verkennen van effecten 

Het pikzwarte gevaar 

  • Zet je energie op een laag pitje 
  • Doet je twijfelen aan jezelf, aan je professionele kunnen 
  • Zorgt voor een knoop in je buik 
  • Zorgt dat er vlug tranen zijn
  • Het brengt je schuldgevoelens 
  • Het brengt ook verwijten over anderen, die jou niet geholpen hebben 
  • Creëert een diep gevoel van eenzaamheid  
  • Het maakt dat je je terugtrekt in je bureau 
  • Het zorgt ervoor dat je andere mensen gaat vermijden 
  • ….

Stap 3: positie innemen 

Toen ik een samenvatting maakte van wat pikzwarte gevaar teweegbracht, vroeg ik jou: ‘Wil je dit pikzwarte gevaar nog?’ En toen zei je luid en krachtig: “Nee. Ik wil het niet meer. Niet meer op deze manier.” Het zal niet helemaal weg kunnen, en dat hoeft ook niet. Het is immers ook een stukje van wie ik ben. Maar ik wil er niet meer zo door overspoeld worden. Ik wil niet dat het zo binnenslaat.” 
Op mijn vraag: ”Wat wil je dan wel?” antwoordde je: “Ik wil het kleiner maken, pakbaar maken. Ik wil het in mijn zakdoek kunnen steken zodat ik het kan vasthouden, wegdoen, opzij leggen…”


4: Waarden      

Op mijn vraag: “Wat doet jou die keuze maken? Wat toont dat over wat voor jou van waarde is?”  zei je:  

  • Ik wil meer controle hebben. 
  • Ik wil niet meer overmand worden door mijn gevoelens. 
  • Ik wil op een constructieve manier omgaan met mijn gevoelens 
  • Ik wil verbinding met anderen 
  • Ik wil me zelfzeker voelen op mijn werk 
  • Ik wil er ook helemaal kunnen zijn voor onze cliënten

Wat kan geëxternaliseerd worden? 

Ik heb het in deze tekst van over problemen, belemmeringen, moeilijkheden tussen mensen. Maar het is ook bijzonder boeiend om sterktes, krachten, vaardigheden, constructieve acties te verkennen op een externaliserende manier. 

Een voorbeeld
Je vertelde dat je enorm op zag tegen het gesprek met de directie. Je zei dat je directie meestal niet open staat voor wat jij te zeggen hebt. Je  vertelde dat hij veel kritiek geeft en weinig waardering. Dit zorgde ervoor dat je in het verleden meestal niet veel inbreng deed. Het had toch geen zin.  
Deze keer wou je het anders aanpakken. Je wou vrij-uit spreken. En je bent heel verrast dat het gesprek zo goed verlopen is.
Ik vroeg wat je dan precies gedaan had. Jij zei: “Ik heb me goed voorbereid. Ik heb mezelf moed in gesproken. Ik heb eerlijk verteld hoe ik me op mijn werk voelde. En ik heb zelfs kunnen zeggen dat ik wat meer ondersteuning nodig heb van hem.” 
Op mijn vraag: “Hoe zou je deze acties noemen?” antwoordde je: “Vrije-vogel–acties.”  Die acties zitten vol beweging, durf, lef en vrijheid. 
De effecten van deze vrije-vogel- acties zijn 
– meer zelfvertrouwen 
– meer dynamiek
– een veel beter contact 
– meer trouw aan jezelf
– … 

Op mijn vraag: “Wat wil je dan met deze vrije-vogel-acties? Hoe wil je je daarmee verhouden?” zei je:  “Ik wil ze veel meer inzetten. Ik wil ze nog sterker en groter maken.” 
Je wil die vrije-vogel-acties nog groter maken, omdat het 
– vrijheid brengt en vrijheid is belangrijk voor jou 
– omdat je er blij en trots van wordt 
– omdat het dan beter lukt om iets gedaan te krijgen 
– omdat je dan meer zelfvertrouwen hebt 
– omdat er een veel rijker contact kan ontstaan

Wat spreekt mij vooral aan in deze manier van werken? 

De meest wezenlijke relatie is de relatie met wat is. 
Eckhart Tolle

Ik merk dat deze manier van werken mensen echt helpt om hun problemen anders te bekijken en vooral om er anders mee om te gaan. Het werken met metaforen brengt letterlijk een ander beeld. 
Je kan je beroepen op verwondering en nieuwsgierigheid om het beeld verder te verkennen. 
Door de moeilijkheden ‘buiten de persoon zelf’ te brengen ontstaat er afstand waardoor mensen positie kunnen innemen t.a.v. het probleem.  Er ontstaat invloedsbesef en keuzemogelijkheden.  
Door deze positionering te linken aan de waarden, ontstaat kracht. Mensen komen weer in contact met wat voor hen van belang is. Hun zelfvertrouwen wordt aangesproken. Het biedt houvast en richting. 
De 4 stappen helpen jou ook om als begeleider volle verantwoordelijkheid te geven aan de ander. 
De unieke ervaring rond het probleem staat centraal en houdt ons weg van al te gemakkelijke veralgemeningen. De persoon neemt zelf positie in en vindt nieuwe mogelijkheden om – vanuit zijn eigen waarden – met het probleem om te gaan. 

Bronnen 

  • Opleiding Narratieve Therapie, begeleid door Sabine Vermeire, Interactie-Academie (2014-2016)
  • Narratieve therapie in de praktijk. Michael White. Hogreeve Uitgevers, Amsterdam, 2009 
  • De methodiek van externaliserend spreken maakt deel uit van de module ‘Focus op mogelijkheden’ in de opleiding ‘Coachen van individuen en groepen’. Meer info vind je op www.balansgent.be

Auteur: An Goeminne. Docent en supervisor in Balans, domein ‘Leiderschap-Management-Coaching’. Coach Mens & organisatie. (www.praktijkvoorcoaching.be)